Tag Archives: Hasselt DebatClub

“Debatteren” als synoniem voor kibbelende politici in de Zevende Dag

 

In 2018 had ik weer voldoende tijd om de debatclub verder op te richten. Om enthousiastelingen te vinden, liet ik me door de associatie in de titel inspireren: Politici zouden  (en volgens mij, moeten)  bereid zijn om hun debatvaardigheden aan te scherpen. Ze moeten immers de burger, hun klant, overtuigen dat hun partijprogramma en beleid het beste antwoord is op hedendaagse maatschappelijke kwesties. Dit kan bij een direct gesprek met deze burger, zeker op lokaal niveau, maar gebeurt doorgaans in debat met hun collega’s van een andere politieke strekking ( à la ‘De Zevende Dag’, zogenaamde ‘Kopstukkendebatten’ op universiteiten en in parlementen).                     Voorzitters van lokale afdeling ,verschillende partijleden, de jongerengeledingen van verschillende politieke partijen, e.d. kregen een uitnodiging om mee te doen en de vraag om het woord verder te spreiden.                                                                                                                               Toegegeven, veel respons kreeg ik niet. Maar de voorzitter van de jongerengafdeling van een politieke partij is nu wel een regelmatige debater. Intussen had ik de facebookpagina van de debatclub opnieuw geactiveerd. Een enthousiaste werkstudent rechten heeft via deze weg, de weg gevonden naar Hasselt DebatClub! Verder had ik promotie gevoerd bij verschillende studentenverenigingen. Twee rechtenstudenten doen nu ook mee op regelmatige basis.  

Alle sympathisanten en ik hebben gauw een eerste vergadering gehouden over de betekenis en de doelstellingen van het wedstrijddebatteren volgens ons. Praktische vragen zoals waar en wanneer de eerste debatavond plaatsvindt, zijn ook aan bod gekomen. Persoonlijk dacht ik aan een aula als ideale debatplek. De ingeschreven debaters voeren hun argumentenstrijd vooraan. De bezoekers nemen plaats en genieten van het woordenschouwspel. Zij hebben de mogelijkheid om vrijwillig en kort deel te nemen, gewoon om te proberen en (hopelijk) naar meer te verlangen.                               Het leek me evenzeer tof om in een cafeetje de debatteren. De cafégangers krijgen dan het retorische spel gratis bij hun drankje. En wie weet, krijgen ze de smaak te pakken na een eventuele  participatie.                                                                                                                              Uiteindelijk hebben we een lokaal kunnen regelen via een door de overheid gefinancierde instelling. Dat de staat kleine initiatieven op deze manier steunt, kan ik alleen maar toejuichen. Het motiveert en zet aan tot meer.

De eerste debatwedstrijd verliep volgens de regels van het beleidsdebat. Deze debatvorm vraagt enige voorbereiding: je krijgt de stellingen enkele dagen op voorhand, weet niet welk standpunt je zult verdedigen en bent daarom genoodzaakt om de argumenten pro én contra uit te werken.             Er waren 4 stellingen in totaal. Dit was nogal ambitieus. Zelf had ik (te!) veel tijd gestoken in de voorbereiding ervan. Je legt jezelf druk op om het goed te doen want het project ligt je nauw aan het hart en je wil niet de indruk wekken dat je je voeten eraan hebt geveegd.

Aanvankelijk zouden we met 10 debaters zijn. Uiteindelijk waren er 5 aanwezigen. Vermoedelijk heeft mijn ijverige plan om 4 stellingen uit te werken onder de vorm van het beleidsdebat het hele gebeuren serieus doen overkomen en zijn sommigen daardoor afgeschrikt.                                       Ik heb hier lessen uitgetrokken maar onthou tevens het schaterlachen, het gegiechel, de acteerprestaties, de mondjes vol tanden en gewoonweg het plezier die avond. Volgens mij is het van kapitaal belang om elke opkomst bij zo’n project te waarderen. Mensen ontmoeten die hetzelfde ambiëren en moeite doen om samen iets te verwezenlijken, is niet vanzelfsprekend. Je moet dankbaar zijn voor het feit dat zij jouw pad hebben gekruist en hun inbreng in het gezamenlijke project erkennen. 

De kibbelende politici in ‘De Zevende Dag’… Zouden ze zenuwachtig zijn? Het standpunt van je politieke partij op tv verdedigen lijkt me bijzonder stresserend. Heel Vlaanderen kijkt mee en je mimiek, stemvolume, argumenten, woordgebruik worden uitgebreid geanalyseerd.                     Blijven de zenuwen dan weg bij zo’n debatSPEL? Het is toch niet echt? Het is MAAR een spel? Persoonlijk was ik op de eerste debatavond behoorlijk nerveus toen ik het woord nam en bij het verdedigen van een standpunt. Op cruciale momenten, werden mijn notities haast onleesbaar. Na het eigenlijke debat dacht ik vaak: ‘damn, dat had ik moeten zeggen’ of ‘oh, dat had ik moeten poneren!’.                                                                                                                                            Het moment waarop alle ogen op jou zijn gericht, waarop (je denkt dat) je woorden, zinnen, argumenten, intonatie, handgebaren, kapsel, kleding ongenadig beoordeeld worden… daar wil iedereen aan ontsnappen en velen vragen zich af waarom debaters vrijwillig kiezen voor zulke zelfpijniging, waarom ze bewust uit hun comfortzone stappen.                                                         Dat is een terechte vraag.  Er zijn immers veel redenen om in je comfortzone te blijven (1).  Tegelijk bestaan er diverse argumenten om erbuiten te treden (2) waarvan de twee belangrijkste zijn: je werkt aan je zelfontwikkeling en je zelfvertrouwen groeit. Concreet betekent dit dat hoe vaker je meedoet aan debatwedstrijden, hoe makkelijker je het woord in het openbaar neemt.  Debatcapaciteiten bevorderen kan natuurlijk ook elders, bijvoorbeeld op de werkvloer door actieve deelname aan vergaderingen.  

Toch heeft het wedstrijddebatteren belangrijke bijkomende voordelen. Ten eerste bieden debatverenigingen een platform waar iedereen op een “veilige” manier zijn/haar debatvaardigheden aanscherpt, zonder zorgen over mogelijke nefaste gevolgen. Ten tweede heeft iedere deelnemer de ruimte om zijn argumentatieve vaardigheden ongestoord bij te spijkeren. Debaters zijn immers bijzonder beleefd, zelfs hoffelijk en dit dankzij de strakke regels betreffende spreekbeurt  en tijd. Met als gevolg ; één persoon aan het woord, de anderen luisteren. Hoe vaak gebeurt dat bij vergaderingen? 

 

 Bronnen

  1. http://www.mynd.nu/7-uitstekende-redenen-om-vooral-in-je-comfortzone-te-blijven/
  2. https://www.bedrock.nl/dit-is-waarom-we-ons-veilig-voelen-in-onze-comfort-zone-en-zo-stap-je-eruit-en-groei-je-pas-echt/

Het begon met een idee…

Een debatclub oprichten… Hoe kwam ik aan het idee? Waarschijnlijk was ik weer rusteloos en is mijn verloofde feitelijk hiermee aan de proppen gekomen. Wellicht hadden we een brainstormsessie gehouden over hét concept, hét vernieuwende, dé nieuwe weg om een beetje leven  in te blazen in mijn sociale activiteiten.  Het is bewonderenswaardig  hoe hij mij telkens weer het gevoel geeft dat mijn ambities en de onrust die hiermee gepaard gaat oké zijn. Hij oordeelt niet, maar luistert en stimuleert me om deze energie om te zetten in iets tastbaars.  Tegelijk wijst hij mij regelmatig erop dat het stabiele heden eveneens een waardevol  gegeven is en dat ik gerust van het nu mag genieten.

Even terug naar onze toenmalige brainstormsessie over vernieuwing in mijn sociale bezigheden. Mijn partner deed dus gretig mee, zoals alleen hij dat kan, en toen kwam het: ‘en waarom start je zelf geen debatclub op?’ Ik vermoed dat ik eerder had verteld over mijn interesse om mee te doen aan wedstrijddebatten en dat het oh zo jammer was dat er geen debatverenigingen waren in Hasselt, onze woonplaats. Maar ik kon dus zelf ééntje opstarten…

Toegegeven, het idee schrok me af. Hoe begin je hiermee? Ik heb zelf geen debatervaring en heb nog nooit een dito wedstrijd bijgewoond. En hoe overtuig je mensen om mee te doen ? Waar zoek je ze? En wat is debatteren eigenlijk? Ik schrok van de verschillende debattypes die bestaan, de (toen voor mij) talloze  en strenge regels waar debaters mee rekening moeten houden. Zou ik hier wel tijd insteken? Ik was pas mama geworden en had absoluut geen tijd te veel.

Maar het idee bleef me achtervolgen,  De nood om met anderen te praten over maatschappelijke kwesties binnen een ‘veilig’ kader, grappige stellingen onder de loep te nemen en posities te verdedigen waar ik helemaal niet achter sta… Om één of andere reden, bleef ik gefascineerd door het debatspel.

Uiteindelijk ondernam ik toen enkele stappen om een club op te richten, vooral in de virtuele wereld.  Zoals het aanmaken van een facebook- en twitterprofiel  en de reservatie van een domeinnaam.  In diezelfde periode deed ik veel research naar de verschillende instellingen en organisaties in de debatwereld, vooral bij onze Noorderburen. Zo heb je de Nederlandse Debatbond (overkoepelend orgaan van de Nederlandse debatverenigingen), de Debatunie die cursussen en workshops biedt aan leerlingen en leerkrachten. Er nog websites zoals debatrix.com, debatacademie.nl , hetdebatbureau.nl …   Er bestaan ook debatverenigingen in België zoals de universitaire debatclub in Gent en Brussels Debaters met vooral expats. Gelijkaardige initiatieven in eenzelfde setting (België), dat kon alleen maar motiverend zijn.

En toch ging het amper vooruit. Ik had, na enkele maanden nog géén enkele enthousiasteling  voor het debatteren gevonden noch in mijn omgeving, familie en vriendenkring  noch in de echte wereld. Integendeel, ik leek omringd  te zijn door debatsceptici die mij per se uit wilden leggen waarom debatteren eigenlijk synoniem is voor discussiëren (quod non!). Verder leidden de wijzigingen in mijn privé- en professionele leven tot minder inzet in de oprichting van een debatvereniging.

Wordt vervolgd…