#letsbeREALLYsocial

Als ik door Facebookstatussen en Instagramposten heen gluur, lijkt het alsof het te allen tijde goed gaat met al mijn virtuele contactpersonen.  Alles gaat altijd van een leien dakje en iedereen is altijd hypergelukkig. Uiteraard gun ik iedereen heel veel levensvreugde toe maar het échte leven bestaat nu éénmaal niet alleen uit rozengeur en maneschijn. Het mensenleven bestaat nu éénmaal uit ups én downs, goede én slechte tijden, bergen én dalen. Een kleurrijk leven is mooi, maar grijs, zwart en wit behoren ook tot het kleurenpalet.

De Photomakers


©  PXHERE.COM

Toch zijn we gedrild, getraind om alleen maar onze supermomenten op de sociale media te delen. We gebruiken sociale media doorgaans als arena voor de meest populaire figuur. In die zin zijn Facebook en consorten een tool, hulpmiddel om je virtuele persona positief in beeld te brengen. Denk bijvoorbeeld aan de Instagramstars met hun ontelbare foto’s, talloze ‘strike a pose’s en de bijna momentane visuele verslaggevingen over hun doen, laten en niksen.  Bovendien hebben ze de perfecte maten, het perfecte haar, de perfecte figuur, manicure en dito pedicure.  Hiernaast zijn ze omringd door een alomtegenwoordige vriendenkring, omnipresente partner, de schattigste kindjes of huisdieren. Daarenboven maken ze de meest duurzame gerechten en voeren ze de meest uitzonderlijke sportprestaties uit.

Deze personen zetten een deel van hun leven tentoon, voornamelijk om bijzondere momenten te delen met hun naasten en (een deel van) de wereld. Maar stiekem en misschien zelfs intuïtief,  gaat het ook om het virtuele applaus, de staande ovatie, de aandacht die zich uit in de likescomments, de (potentiële) sponsors en vooral, om hun persona. Laatstgenoemde geraakt immers verslaafd aan de adrenaline die vrijkomt bij het klikken op het meldingsbericht (‘X heeft gereageerd op je foto’, ‘X heeft je een nieuw bericht gestuurd’,‘X heeft je bericht gedeeld’). Deze attenties geven een kickgevoel en adrenaline is, tot nadere orde, kosteloos.

De Changemakers


©  PXHERE.COM

Naast deze selfiegoeroes, heb je de roekeloze activisten. Het gaat hier om de geëngageerde burgers die altijd en overal mee gaan betogen, acties voeren, betrokken zijn bij verschillende projecten, die je bij elk evenement tegenkomt en die altijd gemarkeerd staan als ‘Gaat’ op Facebook events. Deze changemakers gebruiken sociale media om hun netwerk uit te breiden en te onderhouden, hun politieke, syndicale, mensen- of dierenrechtelijke strijd online te voeren en ‘the battle on the field’ voor te bereiden. Deze idealisten zijn passioneel, vurig met als ultieme levensdoel verandering teweeg brengen.

Ik ben zelf nogal geëngageerd en behoor daarom tot deze groep. Dit zal vrij hautain klinken maar wij, changemakers, kijken stiekem neer op de oppervlakkige photomakers. Maar eigenlijk zijn wij geen haar beter dan de selfiegoeroes. Want ook wíj stellen onze persona centraal. Changemakers ijveren voor een rechtvaardige samenleving. Hun optreden in de sociale media illustreert vaak hun idee van een ideale wereld. Laten we politici en politieke kandidaten als gewillige changemakers onder de loep nemen: ze zijn daar of daar geweest met die of die [*groepsfoto]. Ze hebben dit of dat gedaan en het was heel erg tof [*foto]. Ze zijn iemand tegengekomen, een voorbeeldfiguur, icoon in hun engagement [*selfie].  It’s all about doing the right things with the right people, right (and left)?

Sociale media en toneel


©  PXHERE.COM

Het is natuurlijk niet meer van deze tijd om een project uit te vaardigen en te promoten zonder sociale media. Om een initiatief kenbaar te maken, het publiek hierover te informeren, zal of zou je vanzelfsprekend gebruik moeten maken van deze virtuele kanalen.    Waar ik mij zorgen om maak, is dat sociale media vooral ten dienste staan onze persona, en minder van onze persoon.  De echte, kwetsbare ‘ik’ blijft ergens, verscholen , op de achtergrond. Op zich is dit niet erg wanneer je omringd bent door mensen bij wie je terecht kunt én wil, tijdens de moeilijke perioden.  Maar soms durven we ons zelfs niet bij de meest nabije naasten kwetsbaar te stellen en vindt onze innerlijke, zwaarmoedige belevingswereld haar weg niet naar de buitenwereld.   Natuurlijk kan je ook professionele hulp inschakelen maar ik geloof dat voorkomen beter is dan genezen en dat wij als maatschappij serieus  moeten gaan nadenken over de andere kracht van sociale media, nl. die van steun, hulp, menselijke warmte,  luisterend oor (of een lezend oog en typende vingers).  Eerst moeten wij onze rollen van ‘scrollertoeschouwer’ en ‘photo-/changemaker’ serieus onder de loep gaan nemen. Vandaar de volgende oproepen.

Ik roep alle scrollers op om meer bewust te worden van het tentoonstellingsgehalte van de sociale media. In dit geval, kan je deze kanalen vergelijken met een toneelstuk waar de scrollertoeschouwer zicht krijgt op het podium maar amper weet wat zich achter de scènes afspeelt. De profielhouder is de acteur én regisseur en hoewel het hier om een interactieve  bedoening  gaat, speelt de scrollertoeschouwer vooral een secundaire rol. Ik roep alle photo- en changemakers op om eens REAL te zijn, indien nodig.  Ik zie vaak goednieuwsshows passeren. Héél fijn. Maar graag ook slechtnieuwsstatussen als je je hierdoor beter voelt. Misschien heb je nood aan een knuffel, een telefoontje, een babbelke. Een virtuele maar zeker ook een echte.  Op nieuwjaarsdag voelde ik me wat melancholisch. Ik miste de wenskaartentraditie. Enkele dagen later, heb ik een aantal wenskaarten gekregen, zelfs van mensen die nog niet ontmoet had. Leuk toch! #warmgevoel #letsbeREALLYsocial

“De mens is een sociaal dier”

Hoe vaak lees ik verhalen over mensen die de ene dag een lachselfie maken en een einde maken aan hun leven de volgende dag? We zijn mensen, sociale wezens die het soms niet alleen aankunnen maar hulp van buitenaf moeten inschakelen omdat we gewoonweg tegen de muur oplopen. We stellen onze acteerprestaties blijkbaar liever voorop en steken onze menselijke, diepste, donkerste emoties liever in de doofpot. We dragen liever ons harnas van ‘m’as-tu vu’ tot in de eeuwigheid dan onszelf hier en dan bloot te stellen, in geval van nood.    We noemen onszelf ‘sociale wezens’ maar beperken onze menslievende vaardigheden liever tot oppervlakkige shows. We doen dit uit angst om niet aan de norm te voldoen, buitengesloten te zijn en beoordeeld te worden op wie we écht zijn.

Praten en luisteren…

Ik zeg niet dat we ons leven te grabbel moeten gooien op het internet. Wel dat we ons kunnen bevrijden van onze minder fraaie emoties door óók moeilijkere momenten vast te leggen en te delen. Hierdoor ontstaat een gesprek, virtueel of ‘in het echt’ en praten helpt, ontlaadt en bevrijdt. Luisteren houdt een spiegel voor, (h)erkent en waardeert. Praten kan binnen je entourage, via hulpverlening,  naar aanleiding van een facebookstatus of na een facebookoproep om eindelijk weer eens iets te gaan drinken. Vergeet die smartphone dan niet weg te zetten, te praten en te luisteren 😊. 


©  PXHERE.COM

“Debatteren” als synoniem voor kibbelende politici in de Zevende Dag

 

In 2018 had ik weer voldoende tijd om de debatclub verder op te richten. Om enthousiastelingen te vinden, liet ik me door de associatie in de titel inspireren: Politici zouden  (en volgens mij, moeten)  bereid zijn om hun debatvaardigheden aan te scherpen. Ze moeten immers de burger, hun klant, overtuigen dat hun partijprogramma en beleid het beste antwoord is op hedendaagse maatschappelijke kwesties. Dit kan bij een direct gesprek met deze burger, zeker op lokaal niveau, maar gebeurt doorgaans in debat met hun collega’s van een andere politieke strekking ( à la ‘De Zevende Dag’, zogenaamde ‘Kopstukkendebatten’ op universiteiten en in parlementen).                     Voorzitters van lokale afdeling ,verschillende partijleden, de jongerengeledingen van verschillende politieke partijen, e.d. kregen een uitnodiging om mee te doen en de vraag om het woord verder te spreiden.                                                                                                                               Toegegeven, veel respons kreeg ik niet. Maar de voorzitter van de jongerengafdeling van een politieke partij is nu wel een regelmatige debater. Intussen had ik de facebookpagina van de debatclub opnieuw geactiveerd. Een enthousiaste werkstudent rechten heeft via deze weg, de weg gevonden naar Hasselt DebatClub! Verder had ik promotie gevoerd bij verschillende studentenverenigingen. Twee rechtenstudenten doen nu ook mee op regelmatige basis.  

Alle sympathisanten en ik hebben gauw een eerste vergadering gehouden over de betekenis en de doelstellingen van het wedstrijddebatteren volgens ons. Praktische vragen zoals waar en wanneer de eerste debatavond plaatsvindt, zijn ook aan bod gekomen. Persoonlijk dacht ik aan een aula als ideale debatplek. De ingeschreven debaters voeren hun argumentenstrijd vooraan. De bezoekers nemen plaats en genieten van het woordenschouwspel. Zij hebben de mogelijkheid om vrijwillig en kort deel te nemen, gewoon om te proberen en (hopelijk) naar meer te verlangen.                               Het leek me evenzeer tof om in een cafeetje de debatteren. De cafégangers krijgen dan het retorische spel gratis bij hun drankje. En wie weet, krijgen ze de smaak te pakken na een eventuele  participatie.                                                                                                                              Uiteindelijk hebben we een lokaal kunnen regelen via een door de overheid gefinancierde instelling. Dat de staat kleine initiatieven op deze manier steunt, kan ik alleen maar toejuichen. Het motiveert en zet aan tot meer.

De eerste debatwedstrijd verliep volgens de regels van het beleidsdebat. Deze debatvorm vraagt enige voorbereiding: je krijgt de stellingen enkele dagen op voorhand, weet niet welk standpunt je zult verdedigen en bent daarom genoodzaakt om de argumenten pro én contra uit te werken.             Er waren 4 stellingen in totaal. Dit was nogal ambitieus. Zelf had ik (te!) veel tijd gestoken in de voorbereiding ervan. Je legt jezelf druk op om het goed te doen want het project ligt je nauw aan het hart en je wil niet de indruk wekken dat je je voeten eraan hebt geveegd.

Aanvankelijk zouden we met 10 debaters zijn. Uiteindelijk waren er 5 aanwezigen. Vermoedelijk heeft mijn ijverige plan om 4 stellingen uit te werken onder de vorm van het beleidsdebat het hele gebeuren serieus doen overkomen en zijn sommigen daardoor afgeschrikt.                                       Ik heb hier lessen uitgetrokken maar onthou tevens het schaterlachen, het gegiechel, de acteerprestaties, de mondjes vol tanden en gewoonweg het plezier die avond. Volgens mij is het van kapitaal belang om elke opkomst bij zo’n project te waarderen. Mensen ontmoeten die hetzelfde ambiëren en moeite doen om samen iets te verwezenlijken, is niet vanzelfsprekend. Je moet dankbaar zijn voor het feit dat zij jouw pad hebben gekruist en hun inbreng in het gezamenlijke project erkennen. 

De kibbelende politici in ‘De Zevende Dag’… Zouden ze zenuwachtig zijn? Het standpunt van je politieke partij op tv verdedigen lijkt me bijzonder stresserend. Heel Vlaanderen kijkt mee en je mimiek, stemvolume, argumenten, woordgebruik worden uitgebreid geanalyseerd.                     Blijven de zenuwen dan weg bij zo’n debatSPEL? Het is toch niet echt? Het is MAAR een spel? Persoonlijk was ik op de eerste debatavond behoorlijk nerveus toen ik het woord nam en bij het verdedigen van een standpunt. Op cruciale momenten, werden mijn notities haast onleesbaar. Na het eigenlijke debat dacht ik vaak: ‘damn, dat had ik moeten zeggen’ of ‘oh, dat had ik moeten poneren!’.                                                                                                                                            Het moment waarop alle ogen op jou zijn gericht, waarop (je denkt dat) je woorden, zinnen, argumenten, intonatie, handgebaren, kapsel, kleding ongenadig beoordeeld worden… daar wil iedereen aan ontsnappen en velen vragen zich af waarom debaters vrijwillig kiezen voor zulke zelfpijniging, waarom ze bewust uit hun comfortzone stappen.                                                         Dat is een terechte vraag.  Er zijn immers veel redenen om in je comfortzone te blijven (1).  Tegelijk bestaan er diverse argumenten om erbuiten te treden (2) waarvan de twee belangrijkste zijn: je werkt aan je zelfontwikkeling en je zelfvertrouwen groeit. Concreet betekent dit dat hoe vaker je meedoet aan debatwedstrijden, hoe makkelijker je het woord in het openbaar neemt.  Debatcapaciteiten bevorderen kan natuurlijk ook elders, bijvoorbeeld op de werkvloer door actieve deelname aan vergaderingen.  

Toch heeft het wedstrijddebatteren belangrijke bijkomende voordelen. Ten eerste bieden debatverenigingen een platform waar iedereen op een “veilige” manier zijn/haar debatvaardigheden aanscherpt, zonder zorgen over mogelijke nefaste gevolgen. Ten tweede heeft iedere deelnemer de ruimte om zijn argumentatieve vaardigheden ongestoord bij te spijkeren. Debaters zijn immers bijzonder beleefd, zelfs hoffelijk en dit dankzij de strakke regels betreffende spreekbeurt  en tijd. Met als gevolg ; één persoon aan het woord, de anderen luisteren. Hoe vaak gebeurt dat bij vergaderingen? 

 

 Bronnen

  1. http://www.mynd.nu/7-uitstekende-redenen-om-vooral-in-je-comfortzone-te-blijven/
  2. https://www.bedrock.nl/dit-is-waarom-we-ons-veilig-voelen-in-onze-comfort-zone-en-zo-stap-je-eruit-en-groei-je-pas-echt/

Het begon met een idee…

Een debatclub oprichten… Hoe kwam ik aan het idee? Waarschijnlijk was ik weer rusteloos en is mijn verloofde feitelijk hiermee aan de proppen gekomen. Wellicht hadden we een brainstormsessie gehouden over hét concept, hét vernieuwende, dé nieuwe weg om een beetje leven  in te blazen in mijn sociale activiteiten.  Het is bewonderenswaardig  hoe hij mij telkens weer het gevoel geeft dat mijn ambities en de onrust die hiermee gepaard gaat oké zijn. Hij oordeelt niet, maar luistert en stimuleert me om deze energie om te zetten in iets tastbaars.  Tegelijk wijst hij mij regelmatig erop dat het stabiele heden eveneens een waardevol  gegeven is en dat ik gerust van het nu mag genieten.

Even terug naar onze toenmalige brainstormsessie over vernieuwing in mijn sociale bezigheden. Mijn partner deed dus gretig mee, zoals alleen hij dat kan, en toen kwam het: ‘en waarom start je zelf geen debatclub op?’ Ik vermoed dat ik eerder had verteld over mijn interesse om mee te doen aan wedstrijddebatten en dat het oh zo jammer was dat er geen debatverenigingen waren in Hasselt, onze woonplaats. Maar ik kon dus zelf ééntje opstarten…

Toegegeven, het idee schrok me af. Hoe begin je hiermee? Ik heb zelf geen debatervaring en heb nog nooit een dito wedstrijd bijgewoond. En hoe overtuig je mensen om mee te doen ? Waar zoek je ze? En wat is debatteren eigenlijk? Ik schrok van de verschillende debattypes die bestaan, de (toen voor mij) talloze  en strenge regels waar debaters mee rekening moeten houden. Zou ik hier wel tijd insteken? Ik was pas mama geworden en had absoluut geen tijd te veel.

Maar het idee bleef me achtervolgen,  De nood om met anderen te praten over maatschappelijke kwesties binnen een ‘veilig’ kader, grappige stellingen onder de loep te nemen en posities te verdedigen waar ik helemaal niet achter sta… Om één of andere reden, bleef ik gefascineerd door het debatspel.

Uiteindelijk ondernam ik toen enkele stappen om een club op te richten, vooral in de virtuele wereld.  Zoals het aanmaken van een facebook- en twitterprofiel  en de reservatie van een domeinnaam.  In diezelfde periode deed ik veel research naar de verschillende instellingen en organisaties in de debatwereld, vooral bij onze Noorderburen. Zo heb je de Nederlandse Debatbond (overkoepelend orgaan van de Nederlandse debatverenigingen), de Debatunie die cursussen en workshops biedt aan leerlingen en leerkrachten. Er nog websites zoals debatrix.com, debatacademie.nl , hetdebatbureau.nl …   Er bestaan ook debatverenigingen in België zoals de universitaire debatclub in Gent en Brussels Debaters met vooral expats. Gelijkaardige initiatieven in eenzelfde setting (België), dat kon alleen maar motiverend zijn.

En toch ging het amper vooruit. Ik had, na enkele maanden nog géén enkele enthousiasteling  voor het debatteren gevonden noch in mijn omgeving, familie en vriendenkring  noch in de echte wereld. Integendeel, ik leek omringd  te zijn door debatsceptici die mij per se uit wilden leggen waarom debatteren eigenlijk synoniem is voor discussiëren (quod non!). Verder leidden de wijzigingen in mijn privé- en professionele leven tot minder inzet in de oprichting van een debatvereniging.

Wordt vervolgd…